China (Xi’an)

Xi’an

Ik heb deze dagen eigenlijk even geen zin om te bloggen en doe dat dan ook lekker niet. Maar dat betekent dat ik nu bijna een week later wel nog wat stukjes moet schrijven. Heb er nog steeds geen zin in, maar mijn enorme fanbase kan ik natuurlijk niet laten zitten 🙂

Maar goed, door bovenstaand ben ik eigenlijk ook een beetje de tel kwijt qua dagen, dus dat ga ik vanaf heden dan ook maar anders aanpakken. Misschien voor jullie ook wat fijner, wellicht ga ik dan ook minder schrijven haha. Grapje.

Xi’an is een leuke stad, maar het eerste dat ik moet regelen is de vernieuwing van mijn visum. Ik krijg van een van de meiden in het hostel een gestempelde verklaring dat ik daar verblijf en ze legt me uit waar ik heen moet. Het is een klein stukje met de metro, maar gemakkelijk te vinden. Ik stap naar binnen en er wordt me gezegd dat ik naar de 3e verdieping moet. Aldaar moet ik voor allerlei kopietjes zorgen; paspoort, kopie visum, kopie van verklaring verblijf, ik moet een pasfoto afstaan en er moeten nieuwe pasfoto’s worden gemaakt. Allemaal op de 2e verdieping en wordt gratis geregeld. Okay, ik heen en weer.

Dan moet ik een formulier invullen en mijn reisplanning schrijven. Ik schrijf kort de plekken op waar ik ongeveer naartoe wil, maar dat is absoluut niet genoeg. Ik moet per dag aangeven waar ik ben en hoe lang ik daar van plan ben te blijven. Gelukkig heb ik een vrij dikke duim om dit uit te zuigen en de man op dat kantoor weet ook echt wel dat het allemaal gelul in de ruimte is, maar goed. Wat moet, dat moet. Ik kan mijn verlengde visum (van slechts 30 dagen) volgende week ophalen. Wat betekent dat ik hier nog wel een tijdje zal blijven.

Zo ga ik naar Hua shan. Een prachtige berg, op nog geen uur afstand met de bullet train (300 km/u!) en hier kun je ook “the worlds most dangerous hike” doen. Voordat je de berg op gaat, nemen ze een vingerafdruk bij je af, voor het geval dat ze je lijk ergens onderaan de berg vinden en onherstelbaar verminkt is. Leuk!

Maar het is, helaas, helemaal niet zo dangerous, want je bent gewoon twee keer gezekerd, dus weinig kan er mis gaan. Maar het is wel hoog en je loopt op een paar planken die tegen de berg zijn aangetimmerd. Het is daarnaast ook nog tweerichtingsverkeer, dus er zijn wel wat spannende ogenblikken. Het uitzicht is adembenemend en ik maak gretig van het moment gebruik om schaamteloos selfies te nemen.

Op de terugweg doe ik er nogal lang over om in Xi’an te komen en arriveer daarom pas rond 21:00, zonder eten in mijn hongerige buikje, dus ik eet wat vega spaghetti in het hostel. Vooral opvulling en weinig smaakvol, maar soit.

De dag erna komt Irene vanuit Beijing ook naar Xi’an en omdat zij bij Hantang Inn heeft geboekt en mijn nachten bij Hantang House op zijn, vertrek ik met mijn tas naar de overkant van de straat. Ik kom zo’n beetje gelijk aan met Irene en het is een gezellig reünie. We stappen samen op de bus richting het Terracotta Leger, want ja, dat moet je wel zien als je in de buurt bent. En ik moet eerlijk zeggen; indrukwekkend is het wel. Soldaten met allemaal een ander uiterlijk. Het is bijzonder, maar Irene en ik zijn een beetje cultuurbarbaren, waardoor we het na een uurtje wel weer hebben gezien en terug gaan richting Xi’an.

Vanaf het busstation, lopen we een beetje rond en zien een park. YAY, we love parks. We wandelen naar binnen en het blijkt “The revolution Park” te zijn en er staan allemaal beelden van super communisten, waaronder Mussolini. Gezellig.

We horen wat Chinese opera en gaan kijken. Een vrouw zingt (tamelijk vals, maar okay) in een microfoon, terwijl een maat van haar zo’n typisch Chinees snaarinstrument bespeelt. We wandelen gauw verder, want de vrouw heeft het geluid van de stereo op standje oorverdovend staan. We komen nog een paar zangers tegen en zien uiteindelijk in de verte wat gestaltes bewegen. YES! DANS! Vinden we leuk, dus we gaan kijken.

Er staan wat bankjes rond het pleintje en we nemen plaats. De Chinezen nemen hun dans erg serieus en niemand lijkt echt te genieten van de muziek, maar okay. Ik zie links in mijn ooghoek een man opstaan en onze kant op komen. Oh god, daar zul je het hebben. En ja hoor; hij vraagt me ten dans. Ik moet je eerlijk bekennen dat ik daar al op hoopte. Hoe geweldig is dat! Hij leidt me goed en ik heb het naar mijn zin. Nadat het lied is afgelopen, neemt hij Irene ten dans en komt er een oudere vrouw mijn kant op. Hoppa, dansen zul je. Wat een geweldige ervaring. Voor wie het nog niet op Facebook heeft gezien;

We keren terug naar het hostel, want we hebben om 20:00 een dumplingparty. Jawel. Gratis en voor niks kunnen we onze eigen dumplings maken en opeten.

Het is een flinke groep die meedoet en het is erg gezellig. Na het eten nemen we allemaal nog wat te drinken en op een zeker moment schuift er een Chinese jongen met DIK Amerikaans accent aan. Iedereen denkt dat hij uit de VS komt, maar hij heeft het accent aangemeten toen hij in de VS studeerde. Hij is een inwoner van Xi’an die naar het hostel komt om nieuwe mensen te leren kennen. Hij is best vriendelijk, op zich, en wordt door de groep geaccepteerd.

Echter. Echter. Op een bepaald punt begint hij te vertellen dat hij de week ervoor een ‘naked’ show gaf en dat hij liever de dumplings in ‘penis shape’ had gezien. UH. HUH? Iedereen probeert hem een beetje uit de weg te gaan, maar helaas stalkt hij mij en Irene, waardoor het ons niet lukt om hem te ontwijken.

God, god, wat een avond weer. Hij probeerde mij te zoenen, probeerde het daarna bij Irene en hij vraagt ons meerdere keren of we hem alsjeblieft in zijn gezicht willen slaan. Ja, je maakt wat mee, zo op reis.

De volgende dag moet Irene weer uitchecken, omdat ze richting Shanghai gaat en daarna terugvliegt naar Madrid. We gaan samen nog even naar de Muslimstreet en The great Mosque en zitten in een heerlijk warm zonnetje. Zij gaat erna nog naar de muur van Xi’an, maar omdat ik dat al gezien heb, blijf ik achter in het hostel om wat onderzoek te doen naar waar ik na Xi’an heen moet.

‘S avonds nemen we afscheid, maar spreken af om contact te houden, natuurlijk.

Nog geen uur later duikt de Chinese jongen van de avond ervoor op en ik weet niet hoe snel ik me uit de voeten moet maken, nadat ik mijn broer heb gesproken via Whatsapp. De knul had me namelijk al wat berichtjes gestuurd m.b.t. filmpjes, pornhub en dominatrix. Verdere details zal ik je besparen hahaha.

De dag erop doe ik weinig en verblijf in het hostel om mijn verdere planning te doen. Het ziet er nu ongeveer zo uit;

Xi’an – Shanghai – Hangzou – Wenzhou – Wuyishan – Zhangjiajie – Guilin & Yangshuo – Hongkong.

Zegt jullie denk ik niet zo heel veel, maar het is vanuit het binnenland, terug naar het Oosten en de kustlijn richting het Zuiden, dan weer wat het binnenland in, om daar de prachtige rivieren en mooie omgeving te bewonderen. Vanuit daar zal ik richting Hongkong gaan en dan vliegen naar Vietnam. Denk ik.

‘S avonds heb ik wel afgesproken met Ali, een local die ik heb gevonden op Couchsurfing en we gaan even wat drinken. Het is altijd leuk om nieuwe mensen te leren kennen en via couchsurfing kun je makkelijk contact leggen. Hij had me een slaapplek aangeboden, maar toen had ik het hostel hier al geboekt, dus helaas.

Hij neemt me mee naar een heel leuke bar met alleen local people, dus dat is beter dan zo’n expat bar als je het mij vraagt. We doen wat typisch Chinese spelletjes met dobbelstenen en drinken een paar biertjes. Het is waar, ik leer hier bier drinken. Het is gezellig, maar ik krijg een beetje het gevoel dat hij wellicht denkt dat dit een date was o.i.d., wanneer hij me net iets te lang vasthoudt bij de afscheidsknuffel. Dat zet hij kracht bij als hij me later nog een berichtje stuurt met erin omschreven dat hij ervan baalt dat ik niet ben blijven slapen. Okay, exit Ali. Maar bedankt voor het lachen.

De volgende dag zet ik koers richting het treinstation. Ik had op de kaart gezien dat er een enorm park achter verscholen ligt en aangezien ik van groen houd, wilde ik daar zeker naartoe. Ik ben natuurlijk een planner (en uitzoeker) van niets, dus ik was verbaasd toen bleek dat dit een archeologische opgraving blijkt. Het is het Ding Palace, met bijbehorende tuin, en ook al is het vrij groot allemaal, ben ik niet erg onder de indruk. Ze hebben er een soort Madurodam, Chinese stijl, gemaakt van hoe het er ooit uit moet hebben gezien en er was 1 werk wat ik wel aardig vond.

Het kunstwerk moet een traditioneel verhaal vertellen over een Mongoolse gravin (ofzo) die uit rijden gaat. Daarnaast wilde de kunstenaar ook tijd en ruimte uitbeelden. Daarom bestaat het stuk uit 2 delen. Eentje van 2D op een plaat in meer traditionele stijl en eentje 3D, waarop de gravin te zien is. Ik vind het mooi.

In het hostel had ik eerder al een Israelisch koppel leren kennen; Itai en Yarden. Prachtige namen he? En we hadden die ochtend al afgesproken om ‘s-avonds een biertje te gaan doen in een leuke bar. Laat ik nou een leuke bar weten! We hebben de hele avond erg veel lol en drinken veel te veel, zoals het hoort. De volgende dag gaan zij alweer door naar Zhangjiaie. Hier is Avatar opgenomen, dus je weet wat voor omgeving het is. Ik ga er ook nog naartoe, maar pas over een paar weken, omdat ik een andere route neem. Itai is basketbalcoach en heeft een sabbatical van een jaar genomen en Yarden heeft haar baan opgezegd. Niet zozeer in dezelfde hoedanigheid als ik, want zij had het niet echt naar haar zin. We spreken (al lallend) af om de volgende dag samen te eten en weer een biertje te doen. Hahaha, grapjassen waren wij toen.

Ik sta op met nogal een zwaar hoofd en omdat ik al zo’n beetje alles in Xi’an gezien heb, doe ik niet veel. Er is een vegan restaurant bij een tempel, 20 minuten met de metro weg, dus ik ga daarheen. Eenmaal binnen vergaap ik me weer aan de schoonheden en neem, na een rondje te hebben gedaan, plaats aan een van de tafels in het restaurant. “We off, sorry”. Ok doei.

Dan maar weer terug en een pizza bestellen ofzo. Mijn lichaam hunkert naar wat vet voedsel dus ik bestel een pizza in het hostel en Yarden en Itai komen weer bij me zitten. We spelen op de ukelele en zingen liedjes. Het is onwijs gezellig en Itai vraagt me (hoe beleefd) of hij wat over mij mag schrijven in zijn blog. Alsof ik ooit zijn goedkeuring zou vragen haha, maar vind het erg lief dat hij dat wel doet.

Nog eentje dan:

Er voegt zich een Ier bij ons, die niet kan wachten tot hij China kan verlaten. Hij heeft het duidelijk niet naar zijn zin, door al het gehannes met de Chinese tekens en het verschil in cultuur. Ik snap dat op zich wel. Bij vlagen heb ik zin om mijn voet in iemands gezicht te planten, maar over het algemeen is het wel te handelen, als je je conformeert. Zodra je je aanpast, gaat het makkelijker. Maar als je je er tegen blijft verzetten, dan kan ik me voorstellen dat het op een gegeven moment teveel wordt.

Zo had ik een dag later de intense behoefte om random in het rond te gaan maaien, omdat zo’n (Chinese) Roteb wagen aan een stuk door het deuntje van ‘It’s a small world’ speelde. Yes, dat over de top blije liedje, waar je spontaan moordneigingen van krijgt nadat het 3 keer op repeat heeft gestaan. Het is zo’n wagen om de straten schoon te spuiten en komt een aantal keer voorbij. Hij bleef hier even (10 minuten) voor het hostel staan en naast het feit dat ik het liedje een triljoen keer heb moeten aanhoren, bleef het ook de rest van de dag in mijn hoofd zitten. Ik ben wel klaar met Xi’an. WAAROM zou je trouwens zo’n deuntje op zo’n wagen afspelen? WAAROM CHINA? WAAROM?

God, gelukkig mag ik morgen naar Shanghai. Ik neem een nachttrein vanaf hier en na ongeveer 16 uur zou ik rond 13:00 uur in Shanghai moeten aankomen. Daar blijf ik het weekend en dan op maandag weer door, want ja, planning enzo.

Genoeg geluld, tot in Shanghai!