Laos (Don Det – Paksé – Loop)

Yay! Een nieuw land! In eerste instantie was het niet eens de bedoeling om naar Laos te gaan, maar het fijne van de manier waarop ik reis, is dat ik kan gaan en staan waar ik maar wil en wanneer ik maar wil. Dus, toch naar Laos. Ik had al hele goede verhalen gehoord over 4000 islands en omdat dit ‘slechts’ een reis is van ongeveer 12 uur vanaf Siem Reap, ben ik daar heen gegaan. Te voet moesten we de grens over (in 36 graden hitte), met backpack en al. Stempel halen, betalen, visum halen, betalen, stempel halen, betalen. Formeel hoef je niet te betalen voor de stempels, maar het is een soort officiële oplichting en als je de steekpenning niet betaalt, kom je het land gewoonweg niet in.

Ik ontmoet in de bus Claudia uit Italië en Luis en Artur uit Duitsland, waarmee ik de dagen erna optrek. We doen een kajak tour van een volle dag op de Mekong rivier, waar we ons allemaal op hebben verkeken.

We gingen allemaal uit van een beetje rustig kajakken, waterval bekijken, dolfijnen zoeken en weer terug. Hahaha, hoe dom en naïef we toen nog waren… Vooropgesteld dat dit de beste 20 dollar is die ik ooit heb gespendeerd, was het wel aanpoten. Het bleek namelijk gewoon om wildwater raften te gaan. Althans, in kajak vorm. Over de rapids van de Mekong, waarbij een aantal best een beetje eng waren haha. Oh wat had ik graag een GoPro gehad, dan had ik het jullie kunnen laten zien. Claudia en ik deden het heel erg goed en zijn slechts 1 keer gekapseisd en het heeft bij mij een kleine liefde doen ontspruiten, voor dit soort sport. Sylvia de wildwater rafter. Ja, gek!

 

Wat is deze omgeving mooi.

Door de rivier doet het me aan Kampot denken, maar dan met ontelbaar (stuk of 4000?) eilandjes erin. Als we op de plek aankomen waar de lunch is, hiken we eerst nog dik 30 minuten om de grootste waterval van Zuid Oost Azië te zien. We zijn wat sceptisch, want ja, ze zeggen hier wel vaker random dingen, maar ik denk dat ze hiermee gelijk hadden. Sjezus, wat een natuurgeweld. De waterval is niet hoog, maar vooral heel breed (met wat onderbrekingen van rotsen en groen) en prachtig. Foto hier, foto daar en we hiken terug om dan toch echt te gaan lunchen. Daar zijn we ook wel aan toe.

 

Daarna zien we tijdens de reis ook wat rivierdolfijntjes. Ze hebben een stompe neus en zijn een stuk kleiner dan die van zee, maar het blijft een bijzonder gezicht. We zijn ondertussen een uur of 6 verder en beginnen aardig moe te worden. Het (bijna) laatste stuk rijden we met de kajaks naar de plek van waar de ferry gaat. Hier staat op zich niet veel stroming, dus de laatste meters in de kajak zijn niet zo heftig als de voorgaande. En hier gaat op dat moment ook de zon onder. Ik ben in de zevende hemel. Wat is dit mooi. Een bloedrode zon, met reflectie op de rivier, de palmbomen, de kleine bootjes en dan wij in een kajak. Ik raak haast geëmotioneerd van het hele tafereel.

Na de tour gaan we douchen, eten en drinken een biertje. Maar iedereen valt om van moeheid, dus we gaan lekker slapen.

De volgende ochtend worden we wakker van de regen. WAT! Regen? Gadver. En koud, joh! Toch wel 26 graden ofzo. Dat vind ik tegenwoordig dus wel echt heel erg koud. Haha, sorry. Samen met Claudia reizen we af naar Paksé, niet ver van Don Det. Vanaf daar kunnen we een loop doen, die erg mooi moet zijn. Laos heeft er 2 of 3 die meerdere dagen duurt en je onderweg in guesthouses verblijft. Tijdens het kajakken hebben we Ollie (short for Oliver, ofcourse) ontmoet en we lopen hem in Paksé ook weer tegen het lijf. Uiteraard wil hij ook de loop doen, dus we spreken af om met zijn drieën te starten, de volgende ochtend. De rit is in totaal zo’n 400 km (dacht ik, maar misschien zit ik er compleet naast – geen zin om het op te zoeken), en je stopt bij een groot aantal watervallen. In totaal kun je er zo’n 20 bewonderen en dan nog wat andere hoogtepunten langs de route. Zin in!! De avond ervoor krijgen we van de plek waar we de scooters huren nog een soort van briefing; wat is waar te zien, waar moet je wel en vooral ook niet heen en in hoeveel tijd doe je dat. Ik leer nog even snel hoe je op een semi-automatische scooter rijdt en de volgende ochtend kunnen we van start.

We vetrekken uiteindelijk VEEL later dan in eerste instantie de bedoeling was, want ja… ik. Maar dat blijkt helemaal niet erg te zijn. Als je het op je gemakje doet, dan ben je zo’n 4 dagen bezig voor de hele ronde en aangezien ik alle tijd van de wereld heb, ben ik niet van plan om me te haasten. Onze allereerste stop is uiteraard een waterval met een prachtig (NEP) etnisch dorp. Grappig. Alles voor de toeristen en hun geld, i guess.

Ik heb geen foto’s gemaakt van het hele dorp. Het voelt een beetje als naaierij. Wat het uiteindelijk natuurlijk ook gewoon is. Okay en door naar Tad Lo. De eerste plek waar we zullen overnachten. Dit is de meest toeristische plek met 3 watervallen in totaal en vooral veel guesthouses.

Het is er mooi, inderdaad, maar als ik Aziatische olifanten aan zie komen lopen, waar mensen op zitten, dan verkramp ik toch. Het is een trekpleister, uiteraard, maar mensen weten gewoonweg niet wat voor gruwelijkheden hieraan vooraf gaan.

[INTERMISSIE MET WAT POLITIEK GETINTE INFORMATIE]
Het grote probleem is dat de dieren tam zijn. Degene die ze (NU) berijden gebruiken verder helemaal geen materiaal om ze te sturen, nee. Dat komt omdat ze volledig kapotgemaakt zijn in het verleden, waardoor ze wel beter weten dan zich te verzetten. Ik zal er niet teveel over uitweiden, want dan ben ik weer die millitante vegan, maar planken (met daarop spijkers) worden gebruikt om de dieren te straffen als ze niet in het gareel lopen. Lieve mensen, alsjeblieft, ga geen olifanten wassen en vooral niet berijden. Zwem niet met dolfijnen en al dat leuks. Zoek maar eens een filmpje op Youtube en educate yourself. OKAY, dat was het.

Omdat we vrij laat aankomen in Tad Lo, kunnen we 1 waterval niet zien. Omdat het droogseizoen is, maakt dat op zich ook niet heel veel uit. Ik hoorde dat het maar een beetje een sukkelig watervalletje was. Maar goed, ik ben er nu toch en Tad Lo is op zich een fijne plek met een leuke guesthouse (tweepersoons bed per nacht 2,5 dollar -HAHAHA) en even zo leuke hostess (Mama), dus ik blijf nog een extra nacht. Deze motorbike gang was duidelijk geen lang leven geschonken. Doei! Knuffels all around, terwijl Ollie en ik de volgende ochtend naar Mr. Hook gaan om een tour te doen door het dorp waar hij woont. Hier leeft een ‘tribe’ met geheel eigen ideeën van goed en kwaad en religie. Daar kom ik later nog even op terug. Claudia gaat de tour in de middag doen, in plaats van in de ochtend zoals wij, dus die gaan we niet meer zien helaas en na de tour ga ik weer terug naar Tad Lo, terwijl Ollie doorgaat.

Dus wij naar mister Hook. Eerst een uur lang een verhaal gekregen over koffie, want kennelijk exporteren Laotianen dit. Even een stap zijwaarts; ik had in Cambodja een gesprek met iemand (Wes, met jou??) dat Cambodja verder geen exportproduct heeft ofzo. Nee dus. Blijkt dat Laos en Cambodja grote koffieproducenten zijn en deze exporteren naar Vietnam, die ze weer exporteert naar de grotere landen onder de noemer “Vietnamese koffie”. Weer wat geleerd….

Okay, terug naar het verhaal; koffie koffie koffie, we kregen nog een quiz ook toen hij ons vragen ging stellen over verschillende koffiebonen. Niemand wist de antwoorden, natuurlijk, maar goed, was leuk. Toen begon hij eindelijk over zijn dorp. Deze mensen geloven in goden van de natuur. Heel homeopathisch enzo, daar ben ik wel een voorstander van. Hij liet ons verschillende planten en bloemen zien (waarvan ik de namen natuurlijk al meteen niet meer wist), die een geneeskrachtige werking hebben. Geweldig, tell me more. We lopen een rondje door het dorp en hij vertelt hoe het eraan toe gaat. Deze mensen hebben niet echt een tempel in de traditionele zin van het woord, maar de mannen bouwen iets van een altaar in het bos, dat we helaas niet mochten zien. Daarnaast mogen vrouwen hier absoluut niet komen. Terug naar de 18e eeuw. Maar het wordt erger.

Ik weet niet zo goed waar ik moet beginnen, want we hebben veel informatie gehad. Allereerst weten mensen niet echt hoe oud ze zijn. Er wordt geen datum bijgehouden, enkel seizoenen. En dat zijn er 8. Ik kan ze me niet allemaal meer herinneren, maar 1 ervan was ‘dog gives puppy-season’. Dus nah ja, dan weet je het wel. Daarnaast, als de vrouw bijna moet bevallen, wordt ze in haar eentje het bos ingestuurd, omdat er nog een waanzinnig taboe rust op het hele concept van vagina en alles wat daarmee gebeurt (en uitkomt). Dus doei! Succes in het bos. Je kunt je voorstellen dat veel vrouwen tijdens de bevalling overlijden… waar dan ook een eigen begraafplaats voor is. Want zij mogen niet begraven worden bij de rest van het volk. Ze brengen ongeluk, natuurlijk…. kan niet anders. Maar, wonder boven wonder, je overleeft het. Je strompelt met je uitgescheurde lijf, zonder hechtingen, terug naar het dorp, waar vervolgens aan je wordt gevraagd: “Did you bring a good child or a bad child?” Natuurlijk zegt niemand dat het kind van slechte kwaliteit is, dus je wordt weer opgenomen binnen de gemeenschap. Mocht je nou een gekke bui hebben en sarcastisch brengen dat je kind de reïncarnatie van de duivel is, wordt het zonder pardon weggenomen bij je en achtergelaten in het bos om te sterven. Maar zoals ik al zei, dat gebeurt natuurlijk niet.

Dus je hebt een prachtige dochter. Ze groeit op met het zelfde geloof als dat jij hebt (de aarde is plat, blanken zijn wit omdat ze niet werken etc.) en ontwikkelt zich als een mooi 8 jarig meisje. God, 8 jaar. Tijd om haar uit te huwelijken natuurlijk. Samen met je partner maak je de keuze met wie zij trouwt. Op basis waarvan weet ik niet, maar ik gok op een hoop waterbuffels en goede referenties. Leeftijd maakt niet uit. Hook vertelde ons dat zijn 9 jarige nichtje is getrouwd met een 48 of 50 jarige man (leeftijd weten ze niet, remember?). Kan gewoon. Ik kijk rond en zie verschillende jonge meisjes met een veel te wijze blik. Zijn vast al getrouwd.

Mocht je het ‘geluk’ hebben een jongetje te krijgen, dan wordt hij ook uitgehuwelijkt met 8 jaar, maar hij mag daarna nog een scala aan andere wijffies uitkiezen. Dat mag hij. Zij niet, uiteraard. Zij gaat nooit meer terug naar haar eigen familie en mocht haar man komen te overlijden, moet ze trouwen met de jongere broer. Is er geen jongere broer, dan de oudere broer. Is er geen oudere broer, dan de vader. Topleven.

Al deze mensen zijn boeren. Ze verbouwen van alles en weten goed hoe dit moet. Mocht het blijken dat een oogst mislukt en het is alleen jouw grond, dan wil dat zeggen dat je het ongeluk aan je zijde hebt. Om dit teniet te doen moet je 5 jaar (VIJF JAAR) met het hele gezin, letterlijk, het bos in. Je leeft van de natuur en mag geen contact hebben met andere mensen. Het twijfelachtige geluk hier, is dat een gezin vaak uit 60 of meer mensen bestaat. Terwijl wij er waren, was er een gezin dat in het bos leefde. Ze hebben nog 3 jaar te gaan. Verdrietig, maar ook hun geloof, dus ze gaan niet ongewild.

In het dorp zijn er 6 sjamanen, een medium vrouw en een guru. Zoals je bij de meeste stammen zou kunnen verwachten. Mocht je ziek worden dan ga je al deze mensen af. Dit gebeurde ook met de tante van Hook, die treurig genoeg de nacht voor wij arriveerden overleed. Allereerst ging ze naar een sjamaan om haar te helpen. Na enige tijd bleek dat dit niet hielp, toen ging ze naar de guru. Deze bleek haar ook niet te kunnen helpen. Dan naar de medium-vrouwe. Zij praat met de ‘spirits’ om te kijken wat er mis is en wat eraan gedaan kan worden. Ook niet….Dan, als ‘last resort’ (sorry, ik weet dat ik steeds meer Engelse woorden gebruik, maar mijn Nederlands verslechterd hahaha – ik denk zelfs in het Engels, nu), worden er offers gebracht aan de goden. Nu weet je ondertussen wel al dat ik tegen dierenleed ben en het brengen van offers is voor mij zo ontzettend zinloos lijden, maar ik wilde dat ik nooit had gehoord wat zij hier doen. Ik waarschuw je vooraf, ik zat huilend op de scooter en kon het beeld niet van mijn netvlies krijgen.

Allereerst wordt er een PUPPY geofferd. Want ja, genoeg hondjes he en het is allemaal inteelt. Dit gebeurt niet even snel en al helemaal niet onder verdoving (ook niet bij onze slachterijen trouwens, maar dat ter zijde). Op het dorpsplein binden ze de puppy aan een paal. Daarna, terwijl heel het dorp het bekijkt, wordt de puppy door iedereen getrapt. Getrapt, tot het dood is. Terwijl ik dit tik, wellen de tranen weer op in mijn ogen. Jezus, wat moeten die arme dieren lijden en het uitschreeuwen van de pijn. Adem in, adem uit. Okay. Na de puppy worden 5 waterbuffels geofferd. Hoe, weet ik niet, maar er werd verder niet over uitgeweid, dus ik denk niet zo onmenselijk als de puppy. Laten we het hopen.

Als je na de offers niet beter wordt, ga je dood.

Nou, laat dat nou NET het gene zijn wat er gebeurde. Hoewel ik ook echt niet al het vertrouwen heb in de Westerse geneeswijze (farmaceutische lobby – voor info sylvia@waarisong.nl hahaha), mogen zij zich niet verder oriënteren, laat staan behandelen, door een arts. Dus ze sterft en omdat ze alleen mag worden begraven met een volle (of nieuwe, geen idee meer) maan, moet je hierop wachten. Daarnaast, mocht de oogst net in dit seizoen vallen, gaat dat voor. Dus het kan voorkomen dat je tante 2 maanden ligt te rotten onder je huis, voordat je haar een fatsoenlijke begrafenis kunt geven. God, ik vind dit zo interessant, maar zo gek. Ben blij dat ik de tour heb gedaan en me zoveel is verteld, want dit is wat ik wilde; de wereld zien en verschillende culturen beleven.

Okay, doei Ollie. Hij vervolgt zijn weg over de loop en ik ga terug naar Mama in Tad Lo en bezoek ervoor nog even de derde waterval die ik de dag ervoor niet heb kunnen zien. Binnen 2 milliseconden maak ik vriendjes met een aantal locals en we maken selfies, uiteraard. Hier in Azië ben ik nog steeds een freakshow. Thuis trouwens ook nog wel eens. Ik zit bovenop de waterval en kijk uit over de vallei. Wederom waanzinnig. Wat ben ik toch een bofkont.

Terug bij Mama is er weer een nieuwe lichting mensen bijgekomen en we hebben een te gekke avond met veel bier (flesje is 640 ml.), eten en gelach. Lieve Mama geeft ons daarnaast armbadjes, gemaakt door monniken. We voelen ons gezegend. Ik kruip er vroeg in, want ik ben moe van de hele dag en morgen moet ik weer door.

(Yoni, Mama et moi)

En dan is het ochtend. De ochtend dat ik in mijn eentje op pad ga. Heerlijk. Ik doe een oortje in en luister muziek terwijl ik mijn semi automatische scooter bestuur. Kan ik nu! Next stop; manual motorbike & motor haha. Op dag 3 zie ik nog een handjevol watervallen en vergaap me aan de schoonheid van de natuur. Natuurlijk gaat er weer wat mis, als ik geen benzinestation kan vinden vóór dat lange stuk waar geen benzinestations zijn. Althans. Ik vind ze wel, maar niemand heeft meer benzine. Hahaha, kan ook alleen maar mij overkomen. Maar goed, ik vind een schattig vrouwtje met 2 flessen benzine te koop en ze gooit hem vol. Tuffie! Op naar mijn volgende bestemming; een guesthouse ergens langs de weg. Ik vind het, het kost me niets en de volgende ochtend kan ik er fris en fruitig tegenaan, want ik had mijn eigen kamer EN badkamer (unicum tegenwoordig).

De volgende ochtend vervolg ik mijn weg over nogal slechte wegen, aber naturlich. En op een gegeven moment voel ik dat mijn achterwiel wegglijdt. Irritant en ik weet niet goed wat er aan de hand is, totdat ik stop…. SHIT. Lekke achterband. Ik ben in niemandsland en moet nu dus helemaal teruglopen met de scooter, zodat niet het hele wiel naar de tering gaat. In de brandende zon loop ik al zo’n 20 minuten, wanneer een Laotiaan stopt en me gebaart dat hij me naar de mecanic zal brengen. YAAAAAAAYYYYY Held!!!

Zelfs in de auto duurt het nog 10 minuten voor we terug zijn in het dorp en mijn banden verwisseld kunnen worden, maar als dat eindelijk gelukt is, kan ik weer op weg.

Nu moet ik je zeggen, de wegen in Azie zijn over het algemeen niet heel erg goed. Vietnam staat daarbij voor mij op nummer 1, want de Laotiaanse wegen zijn bes okay. Tot ik hier aankom. Stof heb ik overal al meegemaakt, maar hier is het extra erg, doordat er zoveel verkeer is en ik ben blij dat ik een mondkapje heb gekocht, voor ik vertrok.

Ik kom aan bij Ning’s Guesthouse en rust daar voor de nacht. Samen met wat leden van de LGBT gemeenschap (wat HEERLIJK, die heb ik gemist). Het is de eerste keer dat ik in Laos een jongen met make-up zie, een lady boy en wat homo’s. Als een vis in het water, uiteraard, dus vriendschappen zijn zo gesloten. YAY.

Toch ga ik de volgende dag alweer door. Of eigenlijk terug, want ik was gisteren langs de laatste watervallen gereden, zodat ik vandaag alle tijd had om ze te zien. En het toppunt van vandaag is de zipline. Heel hoog en heel ver, maar dat vertel ik je zo. Eerst naar de waterval het verste weg. Via een durtroad kom ik aan bij de eerste. Ziet er niet heel speciaal uit, maar goed, je wordt ook een beetje waterval-moe. “Sylviaaaaaa!!!” Daar staat Claudia met een nieuwe bikergang. Knuffels en alles. Ik bekijk de waterval… klik klik… en ga weer door. Op naar de tweede, of wel de laatste waterval voordat ik ga ziplinen!!!! De waterval is leuk… klik klik…. kopje koffie en weg. Naar DE waterval. Tad Fa. De waterval op zich is al bijzonder genoeg. Het zijn er 2… die zichzelf laten vallen van een hoogte van 120 meter…. wow. Durf ik dit wel? Na dat fiasco in Shanghai (zie blog), ben ik niet meer zo zeker. Maar nee. Als ik niet ga, ga ik hier spijt van krijgen. Dus ik zet door. Ik krijg een korte training en moet tekenen voor het feit dat als ik te pletter val op de rotsen, het mijn eigen schuld is. Tuurlijk, no problemo. En daar ga ik. Op dit moment heb ik er NOG MEER spijt van dat ik geen GoPro heb, want het was het beste wat ik ooit heb gedaan in mijn leven. 460 meter hoog en meer dan 600 meter lang,… daar vloog ik. Wow…. Wat een adrenaline… en het enige dat ik (de hele tijd) gilde was “OH MY FUCKING GOD, THIS IS AMAZING!!!…..WOW!!!! WWWWWOOOOOOWWW!!!”. Dus helaas geen filmpje van mezelf. Maar ik heb wel een filmpje gemaakt van iemand die voor mij ging.

Gekkenhuis! Uiteindelijk ga je van 5 verschillende ziplines, dus het duurt eventjes. Beste 40 dollar die ik heb uitgegeven. Ik stap weer op mijn scootertje en rijd terug naar Paksé, over een weg die je gerust middeleeuws mag noemen. Hij bestaat enkel uit rotsen en het is daarom hard werken om maar niet ter aarde te storten, maar wederom overleef ik de rit. Hoezee!!

‘S avonds zit ik met Manuel aan de telefoon en terwijl ik ondertussen wat voedsel probeer weg te werken, merk ik dat een stifttand loskomt. SHIT. Laos staat nou niet echt bekend om haar beste tandartsen en na wat gegoogle, besluit ik Laos vroegtijdig te verlaten en overmorgen het vliegtuig te pakken naar Bangkok. Ik spreek met Manuel af dat als hij met me mee teruggaat naar Thailand, wij samen het Noorden van Laos gaan doen. Dus, Laos, het was kort maar krachtig, maar ik zal terugkomen. (HAHA LEKKER TOCH NIET DE POLITIE)

Nadat ik geland ben en Facebook-kundig heb gemaakt dat ik in Thailand ben, krijg ik een berichtje van Daniel (Zweden) dat hij de dag erna ook zal arriveren. SUPERYAY! Kleine reünie in Thailand. Wordt leuk!!!

 

Ps. Lieve mensen; ik zoek iemand die een webiste voor mij kan maken. De layout zoals hij nu is, wil ik niet. Ik ben in juni/juli en half augustus in Nederland en wil best wat betalen ervoor. Als je iemand kent die een tijd en zin heeft om mij hiermee te helpen, stuur me alsjeblieft een berichtje via sylvia@waarisong.nl

 

Liefde!