Rusland (Moskou – Irkutsk)

Dag 3 – De trein in

Omdat ik bij het ontbijt de overweldigende keuze tussen van vlees, kaas en ei, heb ik toch (met vreselijk ongenoegen) een ei naar binnen gewerkt op een vies bruin broodje. Dit was denk ik de kick off (en instigator) van een vreselijk begin van de dag.
Op de hotelkamer begon ik een beetje te zweten, maar ik had het koud. Kreeg klamme handjes en een weeïg gevoel in mijn buik. In eerste instantie was ik een beetje bang dat de verkoudheid die ik al even had, ging omslaan richting griep en baalde ervan, maar voelde me op zich nog wel okay.

Ik werd om 11:45 opgehaald door een heel vriendelijke man, die mij hielp met mijn backpack en me symphatiek toelachte. Ik nam plaats op de achterbank en hij ging rijden. Nou, we waren de straat nog niet uit, of ik moest hem manen te stoppen, omdat mijn lijf in een onverwachte opwelling, niets anders wilde dan mijn complete maaginhoud eruit gooien. Ik vluchtte de auto uit en stond op de hoek van de straat, boven een afvoerput gebogen. Overgeven deed ik niet, maar misschien was dat uiteindelijk wel beter geweest. Omdat ik alweer voor me zag dat ik een Sylvia actie zou uithalen (het missen van de trein), stapte ik toch vrij snel weer (nu voorin) in. Ik heb helemaal niks meer van Moskou meegekregen, want ik zat met mijn ogen dicht en mijn hand voor mijn mond mezelf in te spannen om maar niet te hoeven kotsen. Letterlijk, want al mijn spieren spanden zich zodanig aan, dat ik ervan moest trillen. Klote ei. Nooit meer.

Gelukkig duurde de rit niet waanzinnig lang en toen ik eenmaal bij het station aankwam, voelde ik me wel weer okay, soort van. De koude buitenlucht deed me ook goed en ik knapte binnen een half uurtje weer helemaal op, alsof er niets gebeurd was. Dus, weer happy en op zoek naar het juiste spoor. Dat vrij snel gevonden en ik was zelfs nog een uur te vroeg, dus kon even chillen en daarna op zoek naar wagon 6. Gevonden! Daar gaat je meid.

 

De trein is uit dezelfde tijd als Mao geloof ik, dus het is nogal oude meuk en de coupes zijn, zeg maar, knus. Toen ik, met behulp van een Rus, mijn tas op het bovenste bed had geduwd, kwamen mijn reisgenoten binnen; een stelletje van ongeveer mijn leeftijd,… met kind… kut. Maar uiteindelijk bleek het kleine jochie geen jankerd en een stuk vriendelijker dan zijn ouders. De enige woorden die we van elkaar verstaan zijn “one, two, three, four”, maar dat geeft niet, want we lachen erom. De ouders aan de andere kant, gunnen me werkelijk geen blik waardig.

De trein stopt best wel vaak en ik heb een printje ontvangen met alle stops en ook hoe lang dat ze er stoppen. Handig, want dan kun je 1) even ontsnappen uit de bloedhete trein, 2) eten en drinken halen op het station en bij de dames die er lopen, 3) roken en 4) nieuwe mensen vinden. Nu viel mij een jongen op, die ik even later in de trein tegenkwam. Hij vroeg me (in de restauratiewagen) of ik bij hem wilde komen zitten. Gezellig! Aanspraak! Hij sprak beter dan gemiddeld Engels (wat betekent dat het nog wel heel langzaam gaat) en we hebben gezellig over zijn baboeshka zitten kletsen. Na een poosje wilde hij dat ik met m mee ging. “You look, papies, please!” Ik had geen idee wat hij bedoelde. Ik had geleerd dat papi, vader voor hem was. Maar volgens mij had hij 5 minuten ervoor uitgelegd hoe zijn vader tegen hem had gezegd dat hij op kon rotten, dus waar ik nu in godesnaam naar moest komen kijken, geen idee. Dus ik “okay, let’s go”. Hij buigt zich naar me toe en zegt op een samenzweerderige stem “Is okay, I gay”. Natuurlijk vindt super faghag Sylvia, de enige (of toch niet?) homo in fascistisch en homohatend Rusland en route richting Irkutsk. Ik had t natuurlijk op het perron allang gezien, maar dat was niet zo leuk voor het verhaal. 😀

Dus wij wandelen naar zijn coupe, de derde klas. Jezus, blij dat ik dat niet heb gedaan. Hutje mutje, en stinken! Gadverdamme. Blijkt dat Papies een klein keeshondje is, dat hij meeneemt naar… ? Geen idee. We hebben sigaretjes gerookt samen en een (nogal donkere) selfie gemaakt. Daarna elkaar toegezwaaid; “Tot morgen!”. Op naar mijn eerste nacht in de trein.

 

 


 

Dag 4 – In de trein

Ik moet zeggen dat ik op zich prima geslapen heb. Misschien een beetje kort, maar dat is maar beter ook, want volgens mij gaan we vandaag de eerste tijdgrens over. In totaal zal ik er 5 overbruggen, dus het kan geen kwaad een beetje moe te zijn en op juiste tijden wat extra te slapen.

De eerste lange stop was om 09:27, we hadden 25 minuten de tijd om even een frisse neus en wat lekkers te halen. En dan ook echt 25 minuten, want deze trein rijdt keurig op tijd. Ik kocht een fles water en keek om me heen. Het regende en dit was de eerste plek waar aan je ademhaling zichtbaar was dat het kouder werd.

Er gebeurt vrij weinig in de trein. Ik wandel een beetje heen en weer, ga even wat eten in de restauratiewagon en weet een overheerlijke soep te bestellen, vegan. Dit, met behulp van mijn eerder gemaakte schermafbeeldingen. Werkt als een tiet.

Bij een gelukkig voorval wordt me een chocolaatje aangeboden door de man van het stel in mijn coupe, maar heb vriendelijk afgewezen. Mag dat? In Rusland? Of heb ik dan meteen een schietschijf op mijn rug? Ik weet niet hoe het werkt hier, maar ik ga ervan uit dat zij snappen dat ik het niet snap. Het stel met het schattige jongetje stapten uit in Perm, de 2e lange stop en al 1437 kilometer verwijderd van Moskou (van de 5193 die ik totaal naar Irkutsk afleg). YES, coupe voor mezelf. Maar nee, er staat alweer een nieuwe lichting te wachten bij de ingang van de trein en terwijl ik een sigaretje rook, vrees ik met grote vrezen. Ik kom terug en er zit een oudere, wat vadsige man in tanktop op mij te wachten. Maar we lachen naar elkaar, zeggen beide woorden die we beide niet begrijpen en we doen ons ding. Hij gaat eten, ik schrijf dit stukje.

En dan het avontuur van vandaag:

Al sinds gisteren word ik een beetje aangestaard door een van de Russische Komrads. Elke keer als hij langs mijn kamertje loopt, kijkt hij naar binnen en ook buiten op het perron staart hij me ongegeneerd aan. Ik glimlach, hij staart. Brrrr. Dit had ik gisteren al kunnen vertellen, maar dat wilde ik niet, want mijn vader leest dit blog ook (hoi pa) en zelfs nu zou ik het verhaal van gisteren kunnen aanpassen, wat het wordt nota bene op dezelfde dag geplaatst, maar dat vind ik niet leuk. Komrad loopt rond met krukken, omdat hij iets heeft aan zijn been. Dus wees gerust pa, ik ren hem eruit hahaha.
Vanmiddag stond ik een beetje van het prachtige Siberische landschap te genieten in de lange hal, toen hij naast me kwam staan. Ik schrok even, waardoor we wel oogcontact moesten hebben. Ik glimlach, hij kijkt wat verdwaasd. Ik kijk weer naar buiten. Hij tikt op mijn arm en wijst naar de tattoo op de binnenkant van mijn rechter pols. Ik: “Boeddha”, hij knikt. Hij raakt mijn linker arm aan, hij wil de mandala zien. Ik laat het zien. Ik: “Mandala”, hij knikt. Deze man is de enige in Rusland, die snapt dat het gesprek er niet beter op wordt als je tegen een niet-Russische, Russisch gaat praten. Ik neem hem iets beter op; hij heeft zijn shirt tot boven zijn dikke bier (of wodka?) buik opgetrokken, charming, en is denk ik net zo oud, misschien wel jonger dan ik. Dat zie ik ineens, wanneer hij begint te glimlachen. Hij krijgt pretlichtjes in zijn ogen en is ineens heel aandoenlijk. Hij is mijn nieuwe favoriete komrad.
Hij tikt me weer aan en wijst naar zijn knie. Hij heeft er een enorme brace omheen zitten en maakt met een draaiende beweging van zijn hand en pols duidelijk dat hij hem verdraaid heeft. “Ooooh, no…” Ik fabriceer een aantal ‘Oh-nee-wat-pijnlijk’-grimassen en hij verdwijnt in zijn kamer, om er twee tellen later weer uit te komen. Met zijn paspoort in de hand en met een brede en geamuseerde lach, wijst hij naar de rode voorzijde ervan, duidelijk Russisch, en maakt nog een keer de draaiende beweging met zijn hand. Ik glimlach, omdat ik me even geen houding aan weet te nemen. Zei deze man nu echt net dat Rusland dit hem heeft aangedaan? Zo ja, heb ik wellicht de 2e homo in de trein gevonden….. Ik ga op onderzoek uit.

We stoppen na een aantal uur op Yekaterinburg, waar mijn reisgenoot weer uitstapt. Hij wenst me een goede reis (denk ik) en eerst heb ik, wederom, de stille hoop dat de kamer nu wel leeg blijft, maar eigenlijk weet ik wel beter. Dan komt er een kudde stevige Russen in uniformen van het leger voorbij gewandeld. Hallo! Volgende avontuur: 2 gespierde binken in mijn kleine knusse kamertje, die wel een paar woorden Engels spreken, althans, 1 ervan. Nu hopen op Vodka en plezier. Het is tenslotte vrijdagavond.

 


 

Dag 5 – In de trein

Helaas, de jongens zijn gewoon aan het werk (24/7 kennelijk – met 1 maand vrij per jaar) en moeten morgen in Omsk tenten op gaan zetten bij een fabriek. De brede jongen (Shama) flirt schaamteloos met me, maar spreekt geen woord Engels, dus de tweede (Sergei -hoe kan het ook anders?), een echte ariër, fungeert als een ietwat gegeneerde tolk. Vrij snel kwamen we erachter dat het leeftijdsverschil 13 jaar is, dus doe maar niet hahaha. (Wat is dat toch met mij en al die jonge gasten?). Het doet mijn ego wel even goed; hij is heel hoffelijk en helpt me op en af het trapje, pakt voor me wat ik nodig heb en we delen thee en eten. Het is wel gezellig, zo. Ze wilden absoluut niet op de foto voor me, dus dan maar stiekem, bij het weggaan. “Sevilla” (zo spreken ze mijn naam uit) “ciao” en ik krijg een knipoog. Mijn aanbidder vergeet zijn scheerspullen en deo. Hij komt niet terug om het te claimen, dus de deo is nu van mij. Ik zie het als een farewell gift, net als de kaneel-sinaasappel thee die ik van hem kreeg. Tot dusver de soldaten.

Oh. Het is scheerschuim, wat logisch is natuurlijk, maar zo denken mijn hersenen niet. Laat maar, dan.

Ik krijg weinig slaap en er is geen ruimte voor persoonlijke hygiene waardoor ik me tamelijk vies voel. Douchen kan hier niet en je wassen in een toilet dat doordrenkt is van de penetrante urinelucht, is nou ook niet bepaald ideaal en daar ga je je al helemaal niet frisser door voelen. Daarnaast is omkleden een uitdaging met 3 twintigjarigen in je hokje, dus dat doe ik ook maar niet. Maar nadat de soldaten hun biezen hebben gepakt, komt er niemand meer mijn cabine in. Ik ben alleen! YES! Ik kan me even in alle rust omkleden en soort van opfrissen (lees: het maskeren van mijn lichaamsgeur). Ook fijn: ik kan beneden zitten, aan het raam. Als je een bovenslaper hebt, kan dat eigenlijk niet. Met mijn enorme thermoskan gevuld met thee (blij dat ik dat nog even in Moskou haalde), kan ik even naar buiten turen. Het Siberische landschap kleurt groen, rood, bruin en geel. De Russen noemen het geel in Siberië echter goud, heb ik me laten vertellen door Shama of eigenlijk Sergei, die vertaalde. Het is prachtig, uitgestrekt, af en toe glooiend met verdwaalde dorpen ertussen.

Mijn privacy was fijn, maar van korte duur. Om 20:00 plaatselijke tijd (NL 15:00 en Moskou 16:00) kwamen er alweer twee mannen in de cabine. Ik ben even naar buiten gegaan, het is in Barabinsk 5 graden nu, maar ik vind het lekker om even de kou te voelen in plaats van de bedompte, vies warme lucht die er in de trein hangt. Dit wordt een vroegertje, want ik voel hoe mijn oogleden steeds zwaarder worden.

Ik doe een dutje, maar ben na een uurtje of wat weer klaar wakker en kan de slaap niet meer vatten tot een uur of 3 s’nachts. De twee mannen hebben weer plaats gemaakt voor een nieuwe man, die ik pas in de ochtend leer kennen.

 


 

Dag 6 – In de trein

In de ochtend spreek ik met Vitalli, die op het bed onder mij slaapt. Hij praat redelijk Engels en we kunnen zelfs een beetje lachen enzo. Hij vertelt over zijn leven; hij is een onderhoudsmonteur van de spoorwegen en is, net als ik, onderweg naar Irkutsk. Hij laat me een foto van zijn vrouw en kinderen zien en vertelt dat hij net een huis heeft gekocht. Hij geeft zijn telefoonnummer na een minuut of 5 en zegt dat als ik hulp nodig heb in Irkutsk, ik hem altijd kan bellen. OMG 1 Vitalli voor in mijn broekzak, alsjeblieft.

We hebben vier-op-een-rij gespeeld (bedankt Johan & Jaron), gelachen en hij hielp me op het station Krasnoyarsk te zoeken naar vegetarisch eten en gevonden! Wel met melk natuurlijk en heel veel vitaminerijkst zitten er niet in, maar het vult de buik. Mashed potatoes met wat kruiden en croutons. Hoogstandje hoor.

Na het eten stapt André erbij en ook hij spreekt een woordje Engels en vertelt me dat we over de grootste rivier van EUR-Azië tuffen, waarvan ik de naam natuurlijk binnen afzienbare tijd (lees: 0,2 seconden) alweer vergeten ben. Zoek ik later nog wel een keer op. Het uitzicht is in ieder geval adembenemend. André is orgelspeler en is onderweg naar het eindpunt van de trein (Chita) om 2 concerten te geven. Hij heeft zelfs al eens in Nederland opgetreden (Ede). Samen kijken we in het gangpad naar buiten naar de bergen die ons naderen. “It’s called Tigra, The Siberian Forest”. Wat een uitzicht. Meters hoge bomen, zover als het oog reikt met hier en daar dorpjes ertussen. Ik ben wederom sprakeloos van dat wat ik zie. Nu komt echt het mooie landschap en wil nog uren kijken, maar moet even terug naar mijn bedje, want er moet worden schoongemaakt.

Ik bedacht me gisteren dat het voelt alsof ik al maanden aan het reizen ben, maar ik zit pas op dag 6. Vandaag besef ik me waarom dat zo voelt. Omdat ik nog geen moment heb gedacht aan morgen, alleen maar bezig wat er nu afspeelt en hier ga ik dan ook helemaal in op. De dagen vliegen daarom niet voorbij, zoals bij een sleur.

De laatste nacht in de trein. Om middernacht, plaatselijke tijd, stap ik nog even voor de laatste keer naar buiten voor wat frisse lucht. Morgen naar Irkutsk voor het volgende avontuur!